Internist Sabine Pinedo in het lifestylemagazine van De Hart&Vaatgroep over E-Health en haar missie: ‘De zorg naar de patient brengen, en niet andersom’.

Vital10 in SBS samen sterk

Zou het niet heerlijk zijn om met een dokter of leefstijlcoach te kunnen communiceren wanneer het jou uitkomt? Herken je ook de situatie in de spreekkamer waarbij de huisarts de informatie over jou niet heeft ontvangen van de specialist? Waarom sta je niet zelf aan het roer, beheer je niet je eigen dossier en bepaal je zelf wie er inzage mag hebben en wie niet?

Voor al deze situaties biedt vital10 een oplossing. U krijgt uw eigen persoonlijke gezondheidsportaal met een helder ‘dashboard’ dat uw gezondheidsfactoren overzichtelijk in kaart brengt en dat uitwisseling mogelijk maakt met ‘slimme monitoring technologie’. Roderik Kraaijenhagen, Cardioloog Vital10, vertelt in SBS6 ‘Samen Sterk’ (3 minuten durend filmpje) hoe je gezondheidsdoelen op kan stellen en deze ook te behalen met behulp van eCoaches en specialisten.

“Breng via e-health de zorg naar de patiënt!”

In een interview met DOQ geeft internist vasculair geneeskundige Sabine Pinedo (47 jaar) een toelichting op het gebruik van e-health in de steeds veranderende zorg voor patiënten met cardiologische en vasculaire problemen en vertelt ze tevens waarom de patiënt meer centraal moet komen te staan.

Sabine Pinedo werd geboren op Curaçao. Haar vader is een beroemd oncoloog, en haar moeder psychiater en haar man (Roderik Kraaijenhagen) een Cardioloog. Pinedo studeerde zelf geneeskunde in Amsterdam aan het AMC. Vervolgens werd ze internist (vasculair geneeskundige) binnen het AMC, maar had toen eigenlijk al besloten om later niet meer in het ziekenhuis te werken. Pinedo: “Tijdens een etentje onder de assistenten rees de vraag wie er van de internisten zichtbaar gelukkig was en genoot van het werk. We hadden met elkaar de grootste moeite om er een te noemen.” Mijn eigen invulling over de oorzaak van deze constatering was de bureaucratie, de stroperige innovatiemanagement en behoudende verandercultuur. Ik wist dat mijn carrière buiten het ziekenhuis lag.”

Richtlijnen
De zorg veranderde volgens Pinedo met de komst van de richtlijnen. “Grote groepen werden daarbij over een kam geschoren. De huidige trend richt zich meer op personalized medicine, daar heb ik grote affiniteit mee. De een reageert goed op een bepaald middel en een ander niet. Ook in de praktijk vind ik een persoonlijke aanpak belangrijk. Hoe meer de zorg aansluit op de persoonlijke situatie van de patiënt, hoe groter de kans op betrokkenheid en op het slagen van de therapie. Een patiënt zit 24 uur per dag in zijn eigen lichaam. Een geïnformeerde patiënt kan signalen duiden en kan door adequate informatieoverdracht op het juiste moment de arts helpen bij het nemen van de juiste beslissingen.”

E-health kan daarin volgens Pinedo faciliteren. “In 2002 kwam er een gevalideerd meetapparaat op de markt voor thuistesten. Ik liet destijds een platform bouwen waarbij een patiënt een onlinecursus doet over zijn aandoening, waarden door kan geven en altijd een dokter bij de hand heeft doordat hij kan communiceren via een chatfunctie.”

Hartrevalidatie
De online trombosedienst Trombovitaal heeft Pinedo in 2006 opgezet. Samen met haar man runt ze tevens het Cardiovitaal-programma dat hartrevalidatie in de buurt van de patiënt aanbiedt. “Wij leveren nu op meerdere locaties in het land de hartrevalidatie. Wij bieden de zorg in een glijbaanformule aan, steeds een beetje minder afhankelijkheid door het stimuleren van zelfredzaamheid maar wel tailormade. Patiënten krijgen daarvoor e-health apparatuur mee, zoals een Fitbit®, weegschaal en een bloeddrukmeter. Een Fitbit is een activiteitenmonitor waarbij de nieuwere versies ook de hartslag meten en het calorieënverbruik berekent. Wij hebben tevens een e-coach, die de patiënten aanstuurt om onder andere te blijven bewegen, af te vallen of om te stoppen met roken. Mensen krijgen via het portaal digitale oefeningen mee naar huis die gericht zijn op gezond bewegen en kunnen bij klachten via de e-chat en video bellen contact met ons opnemen. Dat werkt goed voor hartrevalidatie patiënten. Je brengt via e-health-toepassingen de zorg naar de patiënt.”

E-Health
Pinedo: E-health is niets anders dan zorg naar de patiënt brengen, ICT help hierbij en is slechts een middel en geen doel. “Binnen het ziekenhuis zijn de processen vaak niet ingericht voor de patiënt, het ICT-systeem is leidend. Daar moeten we echt vanaf. Voor ziekenhuizen is er nog veel te winnen. Ik heb wel makkelijk praten, omdat we kleinschalig begonnen zijn, maar wanneer je denkt vanuit de situatie van de patiënt gaat er een hele nieuwe wereld open, ICT kan dan een oplossing zijn voor een hobbel in een zorgpad.”

Pinedo vervolgt: Het gaat niet overal fout, maar het kan beter. Raadsleden moeten naar mijn idee meer vanuit de patiënt denken. Net als Marcel Levi (red. Ex AMC-topman en internist, die nu in London 5 ziekenhuizen runt), moeten er meer mensen in het bestuur van een ziekenhuis zitten die nog contact hebben met de patiënt.

Toekomst
“In de toekomst zullen er meer e-health applicaties komen. E-health moet naar mijn idee in het curriculum, het zou een vak moeten zijn, of zelfs een specialisme. De e-health arts. Ook de toekomstige gepensioneerde arts zou een aantal patiënten per week kunnen helpen. We hebben daarvoor overigens nog wat nieuwe projecten in de kinderschoenen, maar dat is voor een volgend interview.”

Internist/ondernemer Sabine Pinedo: ‘Dokter on demand voor elke patiënt’

“Nu blijkt dat mijn kanker niet is uitgezaaid, ga ik er vol voor”, zegt internist en ondernemer Sabine Pinedo. Door haar ziekte is ze nog vastberadener om haar droom waar te maken: zorg op maat bieden op het moment dat het de patiënt uitkomt. “Met alle technologie kán dat gewoon.”

Ze verontschuldigt zich als haar telefoon trilt. “Deze moet ik even nemen.” Sabine Pinedo (47) trekt zich terug in het voormalig postkantoor in Amsterdam-Zuid, waarin Arterium, het medisch centrum van Pinedo en haar echtgenoot, is gevestigd. Als ze vijf minuten later terugkomt, is ze opgewekt. Ze vertelt in grote lijnen het bijzondere verhaal van een van haar patiënten. Vele artsen bezocht, tegenstrijdige diagnoses, mogelijk verwisselde scans. Pinedo heeft zeker vier uur aan het dossier gezeten en zelfs verslagen uit de jaren zestig doorgeworsteld.
Maar na haar gesprek met de radioloog van zojuist, is de puzzel eindelijk opgelost. “Als je ziet wat het mij financieel oplevert, dan kan dit
niet uit. Maar dat geeft niet. Liever één patiënt voor wie ik het verschil maak, dan twintig handshakes op een dag en me afvragen: wat heb
ik nou werkelijk betekend vandaag?

Hier spreekt de dokter in haar, niet de ondernemer, die Pinedo wel degelijk óók is. Al vroeg in de geneeskundeopleiding weet ze dat ze later niet in een ziekenhuis wil werken. “Ik ben liever een slaaf van mezelf, dan van een ander. Ik heb geen zin om naar de pijpen van een raad van bestuur te dansen.” Op de opleiding ontmoet ze iemand die er net zo over denkt, Roderik Kraaijenhagen, nu haar man én compagnon.
“Hij koos voor cardiologie. Ik dacht: als ik iets aanpalends ga doen, dan kunnen we later samen een winkeltje beginnen. Het werd vasculaire geneeskunde, destijds een nieuw specialisme.”
Pinedo begint haar loopbaan bij een cardiologiekliniek in Amsterdam, het oudste ZBC van Nederland, waar Kraaijenhagen dan al werkt.
Binnen dat centrum start ze een internistische poli. Naast die poli lanceert ze in 2007 TromboVitaal, een online trombosedienst. “Er waren toen 53 trombosediensten in Nederland, allemaal eilandjes. Met andere ketenpartners, zoals huisarts en wijkverpleegkundige, hadden ze nauwelijks contact en trombosepatiënten wisten zelf weinig van hun aandoening af.” Pinedo’s oplossing: een e-healthportaal waar patiënten e-learnings volgen over trombose en antistolling, waarin ze hun waarden bijhouden en via een beveiligde chat altijd een dokter kunnen consulteren.
Tegenwoordig heeft TromboVitaal meerdere typen gebruikers: patiënten die zelf thuis prikken en hun waarden doorgeven, maar ook huisartsen, praktijkondersteuners en wijkverpleegkundigen die het portaal gebruiken voor patiënten. Bij de start in 2007 richt TromboVitaal zich echter alleen op die eerste groep, op zelfmanagementpatiënten. “De bestaande trombosedienstenwaren daar niet blij mee. Ik kreeg bergen kritiek over me heen. ‘TromboVitaal deugt niet. Jullie halen de krenten uit de pap.’ Dat was moeilijk. Mijn vader zei: ‘Waarom doe je dit jezelf aan? Ga in een ziekenhuis werken.’ Maar ik wilde die patiënten helpen en hun vrijheid teruggeven. Door TromboVitaal hoeven zij niet meer regelmatig naar de trombosedienst.
Bovendien hebben we daardoor echt de tijd voor patiënten die wel een bezoek nodig hebben.” En Pinedo wil gewoon eigen baas blijven. “In dat opzicht ben ik anders dan mijn vader, die altijd loyaal is gebleven aan de VU.”

Haar vader, Bob Pinedo, kankerspecialist van wereldfaam, is de grondlegger van het VUmc Cancer Center. Van zijn vijf kinderen is Sabine
de enige die in zijn voetsporen treedt en in de zorg belandt. “Ik zag hoe nodig mijn vader was. Voor patiënten, partners, gezinnen. Zoals ze
over hem spraken, zo vol lof; ik wilde hetzelfde voor hen betekenen.” In haar studietijd heeft Pinedo weleens ‘last’ van haar achternaam. Ze herinnert zich nog goed hoe ze op de afdeling kindergeneeskunde met vijf co-assistenten rondom een patiënt stond. “Vier jongens en ik. De kinderoncoloog richtte zich tot die jongens en liet mij volledig links liggen. Een week later stond ik naast hem in de lift. Inmiddels droeg ik een naamplaatje. Hij keek me aan: ‘Pinedo? Dochter van?’ Ineens was hij ontzettend geïnteresseerd. Ik vond dat heel vervelend.”

Zelfde passie en gedrevenheid

Vader en dochter Pinedo lijken in veel opzichten op elkaar. “Patiënten die zowel bij mijn vader als bij mij zijn geweest, zien gelijkenissen. Dat zit ’m in het ‘mensch-gevoel’. Aandacht en tijd voor de patiënt. We hebben dezelfde passie en gedrevenheid; de puzzel moet opgelost worden. Laatst had ik een patiënt met bloedarmoede. In het ziekenhuis wilden ze een beenmergpunctie doen. Maar op zijn medicatielijst stonden tien soorten medicijnen. Door in zijn medicatie- en voorgeschiedenis te duiken en extra vragen te stellen, kwam ik achter een tijdsrelatie tussen het ontstaan van de labafwijking en het starten van een medicament. De patiënt was huiverig om de bloeddrukmedicatie te stoppen, maar het stelde hem gerust dat we zijn bloeddruk op afstand konden monitoren en zo nodig direct contact konden hebben.
Het blijkt zó vaak dat klachten door medicatie komen. Ook in dit geval.”

Er zijn een paar verschillen tussen de vader, die dit jaar zijn 50-jarig jubileum als praktiserend arts viert, en de dochter. “Mijn vader is vooral van de wetenschap en ik vaar met name op mijn pluis/niet-pluisgevoel.” En waar de balans tussen werk en privé bij vader Pinedo doorslaat naar werk, zijn levenswerk, daar hecht zijn dochter ook erg aan privé. “Als je samen een onderneming hebt, dan gaat het daar thuis vaak over. Maar ik waak er wel voor. Zeg geregeld: ‘Roderik, nu de computer weg.’” De scheiding van haar ouders houdt ze in haar achterhoofd. Die scheiding heeft ook invloed op de keuzes die ze maakt. “Mijn moeder was psychiater. Toen zij ging promoveren, ging het thuis niet zo goed. Daarom heb ik dat bewust overgeslagen. Ik heb een man en drie kinderen. Die vind ik belangrijker dan promoveren. Mijn vader was vroeger niet vaak thuis. Ik wilde net als hij arts worden, maar wel mijn eigen tijd indelen. Mede daarom ben ik ondernemer geworden.”

Stok achter de deur

In 2011 besluit Pinedo met haar internistische poli voor zichzelf te beginnen. “Ik had inmiddels een patiëntenbestand opgebouwd, maar als startend ZBC natuurlijk niet direct contracten met verzekeraars. Elke MRI of CT-scan die ik aanvroeg, moest ik uit eigen zak betalen.” Naast haar poli, TromboVitaal, en CardioVitaal, een blended care-hartrevalidatieprogramma opgericht en gerund door Kraaijenhagen, introduceert Pinedo met haar man in 2015 nog een online concept. In patiëntportaal Vital10 kunnen gebruikers de tien belangrijkste risicofactoren, volgens de WHO verantwoordelijk voor 70 procent van de ziektelast in de westerse wereld, meten en onder controle houden. Dit onder begeleiding van een arts of e-coach. “Huisartsen en praktijkondersteuners hebben in de huidige ‘vinkcultuur’ weinig tijd”, zegt Pinedo. “Ze leggen uit waarom iemand moet stoppen met roken, maar buiten steekt diegene weer een sigaret op. Of ze adviseren om meer te bewegen. ‘Ja, ga ik doen’, zegt iedereen. Ik weet van mezelf: dat komt er vaak niet van. Elke dag sta ik op en denk ik: nu ga ik sporten. Maar er zijn altijd andere prioriteiten. Onze kinderen zeggen: practice what you preach. Daar hebben ze gelijk in. Maar net als de meeste mensen heb ik een stok achter de deur nodig.”

Vanaf 1 juni wordt aan Vital10 een puntenspaarsysteem gekoppeld. Dit project heet Benefit. “We willen gedragsverandering belonen”, legt Pinedo uit. “De deelnemers, patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, krijgen individueel adviezen van de e-coach. Als ze gezonde leefstijlkeuzes maken, verdienen ze punten, die ze kunnen inwisselen voor producten. In de toekomst zou het mooi zijn als men punten kan sparen voor korting op de zorgverzekering.” Aan Benefit doen tien academische centra, zeventien revalidatiecentra en ziekenhuizen en honderden huisartsen mee. Ze hebben een subsidie van 2,5 miljoen euro gekregen van de Hartstichting en ZonMw om het puntensysteem in vijf jaar neer te zetten. Daarna moet het zichzelf bedruipen. Ondertussen is Pinedo’s internistische poli geen vetpot, ook al heeft ze al enkele jaren contracten met verschillende verzekeraars. “Ik ontvang veel patiënten met onbegrepen klachten.
Zij kosten veel tijd, maar de tijd nemen, wordt gek genoeg niet vergoed. Toch wil ik op deze manier blijven werken. Daarnaast blijven we zoeken naar nieuwe mogelijkheden. Naar ‘probleemkindjes’ bij de huisarts, zoals nierproblematiek, waar we met behulp van e-health-toepassingen van toegevoegde waarde kunnen zijn.”

Ziekenhuis als garage

Pinedo is overtuigd van de meerwaarde van e-health. “Sommige mensen zeggen: internet is onpersoonlijk. Maar online contact kan zo waardevol zijn. Bijvoorbeeld voor een patiëntdie er na een ziekenhuisbezoek thuis achter komt dat hij een belangrijke vraag niet heeft gesteld. Die patiënt wil niet weken wachten tot het volgende consult voordat hij antwoordkrijgt.” Zelf heeft Pinedo dat de afgelopen jaren als patiënt ervaren. Als bij haar zus eierstokkanker wordt geconstateerd, vraagt Sabine de radioloog die echo’s maakt in haar ZBC, om haar even te onderzoeken. Hij ontdekt een kwaadaardige tumor van ruim 10 cm in haar nier. De tumor heeft niets met eierstokkanker te maken, maar Pinedo blijkt wel drager van het gen dat de kans op borst- en eierstokkanker vergroot. Ze ondergaat in die periode meerdere operaties. “Toen ik me op een avond ineens enorme zorgen maakte over een wond, stuurde ik de chirurg een foto. Hij antwoordde direct: ‘Ik snap je zorgen, maar het komt goed.’ Die geruststelling was zó fijn. Vanuit mijn positie heb ik de kans om zo contact te hebben, maar ik zou willen dat elke patiënt die mogelijkheid heeft. Een dokter on demand. Nu blijkt dat mijn kanker niet is uitgezaaid, ga ik er vol voor. Ik wil op grote schaal voor elke patiënt zorg op maat bieden op het moment dat het de patiënt uitkomt. Dat is een droom. En met alle technologische mogelijkheden kán dat tegenwoordig gewoon.”

Door die techniek zal de zorg de komende jaren veranderen. Volgens Pinedo zijn zelfmanagement en begeleiding op afstand straks de standaard. “Een bezoek aan de dokter zal alleen bij verslechtering nodig zijn. Het ziekenhuis zal ‘de garage’ zijn voor noodgevallen, complexe
ingrepen en geavanceerde onderzoeken. Door deze ontwikkelingen zal de zorg toegankelijker worden. Iedereen kan laagdrempelig een arts consulteren.” Ze wijst op het Vital10-portaal.
“De patiënt heeft altijd een dokter bij de hand: een lijfarts voor iedereen.”
Pinedo is positief over de toekomst van de zorg. Maar als haar 15-jarige zoon vertelt dat hij later dokter wil worden, is zijn moeder toch
niet meteen enthousiast. “Mijn vader wel”, zegt Pinedo. “Die was heel blij. Zelf heb ik getwijfeld of ik het mijn zoon moet aanraden, omdat het arts-zijn, ons vak, zo enorm verandert. Maar als kind van deze tijd ziet hij de ‘nieuwe medische wereld’ juist heel erg zitten.”

Zie voor het originele artikel: Artikel arts en auto

De ‘stille aandoening’ als sluipmoordenaar – TROUW

Mariska van Sprundel

                                                                                                       © colourbox

Wat te doen met hoge bloeddruk? Bloeddrukverlagende medicijnen zijn effectief, maar het gebruik ervan is niet ideaal. Er valt echter nog een wereld te winnen in het onder controle krijgen van hoge bloeddruk.

Onder artsen staat het bekend als sluipmoordenaar. Een killer die wereldwijd verantwoordelijk is voor het grootste aantal vroegtijdige sterftes. Nee, het gaat hier niet over roken. Het klinkt misschien onnozel, maar wat erachter zit is een verhoogde bloeddruk.

Het is niet erg als de bloeddruk eventjes wat hoger is. “Ons lichaam kan omgaan met een grote variatie aan bloeddrukken”, zegt hoogleraar cardiovasculaire preventie Christian Delles van de Universiteit van Glasgow. De waarde schommelt gedurende de dag. Als we sporten is onze bloeddruk hoger dan als we slapen. “Zelfs als ik kunstmatig de bloeddruk van een gezond persoon sterk laten stijgen, zal diegene niet direct ergens last van hebben.”

Drukt het bloed echter voortdurend hard tegen de vaatwand, dan levert dat in de loop der jaren schade op aan de vaten. Het gevolg is dat organen minder goed doorbloed raken, wat bijvoorbeeld tot een hartinfarct, beroerte of nierfalen kan leiden. “Een plotselinge, extreem hoge bloeddruk kan zelfs meteen problemen geven, zoals bloedingen in de hersenen”, aldus Delles.

Het venijnige is dat verhoogde bloeddruk een ‘stille aandoening’ is: je merkt er vaak niets van. En verhoogd betekent dan: een waarde boven de 140/90 mmHg (millimeter kwik). Van een op de drie Nederlanders is bekend dat ze hoge bloeddruk hebben, onder wie iets meer mannen dan vrouwen. Nog eens een op de drie is zich er niet van bewust, zegt Bram Kroon, begin dit jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar vasculaire geneeskunde aan de Universiteit van Maastricht. Zij blijven buiten zicht en worden niet behandeld. Het verlagen van de bloeddruk werkt om hart- en vaatziekten te voorkomen, maar het voordeel ervan verschilt per persoon. Bij sommigen werken medicijnen helemaal niet. Is hypertensie werkelijk zo’n ongrijpbaar iets? Wat begrijpen we er eigenlijk van?

Vorige week kwamen Europese experts op het gebied van hoge bloeddruk, onder wie hoogleraren Delles en Kroon, bij elkaar op een symposium in hartje Maastricht. Ze bespraken recent onderzoek over de behandeling en oorsprong van hypertensie. Zo alles bij elkaar lijkt er een hoop kennis te zijn. Wat we weten? Nou, bijvoorbeeld dat er in negen van de tien keer geen duidelijke oorzaak is voor hoge bloeddruk. Erfelijke aanleg speelt een rol, maar ook leefstijl speelt mee. Overgewicht, roken en alcohol plaveien de weg voor een piekende bloeddruk. En er is eigenlijk maar één gereedschap om de kans op sterfte terug te dringen, namelijk bloeddrukverlagende medicijnen.

Link hartaandoeningen

Wat we daarentegen niet goed weten, is hoé verhoogde bloeddruk precies de functie van bloedvaten belemmert, en hoe zich dat dan weer uit in bijvoorbeeld een beroerte. Desondanks bestaat geen twijfel over de link tussen hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten, zegt onderzoeker Delles. Hij zit in een internationale commissie, opgezet door het medisch vakblad The Lancet, om vat te krijgen op hoge bloeddruk en de impact ervan. Honderd jaar geleden zagen onderzoekers al dat hypertensie gepaard gaat met een grotere kans op hartaandoeningen. Epidemiologisch onderzoek van de afgelopen dertig jaar heeft dat alleen maar bevestigd, evenals het verband met nierfalen. In Nederland zijn bijna een miljoen hart- of vaatpatiënten. Voor ieder mens neemt de kans op hartziekten toe met veroudering, daar doe je weinig aan. Het risico op narigheid door hoge bloeddruk, komt daar bovenop. De ideale bloeddruk ligt rond de 120/70. Bij iedere 20 mmHg stijging van de bovendruk, of 10 mmHg van de onderdruk, verdubbelt de kans op hart- en vaatziekten. Een exponentiële stijging, noemen onderzoekers dat.

De link is bovendien meer dan slechts statistisch. Delles verwijst naar klinische studies met bloeddrukverlagende medicijnen. Daardoor zakt niet alleen de bloeddruk, maar ook het aantal beroertes en hartinfarcten. Nog meer bewijs komt van experimenten met ratten. Zijn eigen onderzoek toont: geef een rat verhoogde bloeddruk, en het beestje loopt dezelfde schade op aan organen als mensen.

Hele plaatje

Hoge bloeddruk is niet de enige risicofactor voor hart- en vaatziekten, ook leeftijd, hoog cholesterol, roken, overgewicht en diabetes dragen bij. Maar roken en overgewicht zijn ook weer risicofactoren voor een verhoogde bloeddruk. Hoe zit dat? “Veel van de risicofactoren zijn aan elkaar gerelateerd”, legt Delles uit. Niet iedereen die rookt krijgt hoge bloeddruk, en niet iedereen met hoge bloeddruk ontwikkelt hartziekte. Hoeveel kans iemand met verhoogde bloeddruk heeft om ziek te worden, hangt af van andere risicofactoren. Delles: “We kijken daarom nooit naar hypertensie op zichzelf, het gaat altijd om het hele plaatje.”

Dus, niet iedereen met verhoogde bloeddruk krijgt automatisch medicijnen. Bij een bovendruk tussen de 140 en 180 mmHg kijken artsen eerst of iemand bijvoorbeeld diabetes heeft, overgewicht of misschien wel een erfelijke aanleg voor hartziekten. Iemand met licht verhoogde bloeddruk zonder nier- of hartschade, gaat eerst zelf aan de slag met leefstijladvies van de huisarts.

Dat houdt in meer bewegen, stoppen met roken, minderen met zout en alcohol. Is er na een half jaar niks verbeterd? Dan is het tijd voor medicijnen, bijvoorbeeld bètablokkers om de hartslag te verlagen, zodat de druk op de bloedvatwanden afneemt. Of plaspillen om de hoeveelheid vocht in de bloedvaten terug te brengen. Vaak is het een combinatie van verschillende medicijnen. Bij een bovendruk van 180 mmHg of meer, gaat iemand meteen aan de medicijnen. Wachten op het effect van een gezonde leefstijl is in dat geval te riskant.

© colourbox

Op het voorschrijven van verlagers bij een licht verhoogde bloeddruk staat kritiek. Tot halverwege 2003 lag de grens waar bloeddruk telt als ‘verhoogd’ nog bij 160/95. Sinds dat verschoven is naar 140/90, zijn er wereldwijd miljoenen extra patiënten. Het komt erop neer dat honderd mensen nu vijf jaar lang medicijnen moeten slikken om één beroerte of hartinfarct te voorkomen. Is dat de moeite waard?

Ja, zegt Kroon. Een op de vier Nederlanders overlijdt aan hart- en vaatziekten. “Door bij 140/90 al te behandelen, voorkom je schade aan hersenen, hart en nieren en uiteindelijk hart- en vaatziekten. Recente studies wijzen uit dat we misschien bij 130/80 al moeten behandelen.” De kosten zullen het probleem niet zijn, bloeddrukverlagers zijn goedkoop. Het gaat hier niet om medicaliseren, benadrukt Kroon. Bij meer dan de helft van de mensen met licht verhoogde bloeddruk volstaat leefstijladvies.

Pilletjes

Bloeddrukverlagers zijn niet ideaal. Afgezien van bijwerkingen, werken ze soms gewoon niet. Het komt voor dat patiënten niet de juiste combinatie krijgen. Met een andere mix lukt het dan vaak wel om de bloeddruk onder controle te krijgen. Een ander probleem is het niet goed innemen van de pilletjes. “Wat voor patiënten het moeilijkst is, is begrijpen dat ze behandeling nodig hebben voor iets dat niet onmiddellijk problemen geeft”, zegt Delles. “Als veertigjarige pillen slikken om een beroerte te voorkomen op je 65ste, dat gaat in tegen hoe we als mens normaal gesproken denken en handelen.”

Dan blijft er nog een kleine groep mensen over die ondanks het goed innemen van soms wel zeven verschillende medicijnen, toch die hoge bloeddruk houdt. Waarschijnlijk werkt de regulatie van de bloeddruk door het zenuwstelsel bij hen niet naar behoren.

Voor deze resistente patiënten onderzoekt Kroon andere opties. Waar hij vooral enthousiast van wordt, is de zogenoemde baropacer: een implanteerbaar apparaatje dat door middel van elektriciteit druksensoren in de halsslagader activeert. Kroon: “Als het ware fop je de druksensoren door te zeggen dat de bloeddruk enorm hoog is.” Het gevolg is dat de druksensoren een seintje aan de hersenen afgeven om de boel bij te sturen. De hartslag neemt af, de bloedvaatjes worden wijder en uiteindelijk wordt de druk in de slagaders lager.

Kroon denkt dat het apparaatje klaar is voor de praktijk. Studies in dieren en mensen laten zien dat het helpt; de bloeddrukverlaging bij patiënten houdt in ieder geval zes jaar stand. Het is een dure behandeling, maar kosteneffectief, volgens wiskundige modellen.

Zelf meten

Al met al hebben we dus wel enige grip op de sluipmoordenaar, is Delles van mening. Kroon is het daar wel mee eens. “Als we ervan weten, komen we met de huidige medicatie een heel eind. Probleem is: we missen te veel mensen.” Het liefst zou hij een grote campagne starten, ‘Know your blood pressure’, om de bevolking bewust te maken van verhoogde bloeddruk. We hoeven dan niet allemaal naar de huisarts voor een check.

© colourbox

Met nieuwe technieken, zoals meters op iPhones en horloges, kunnen we straks prima zelf onze waardes meten. Een hoge uitslag? Dan moet iemand gewoon binnen kunnen lopen op een inloopspreekuur van een gezondheidscentrum, vindt Kroon. “Een slimmere en efficiëntere gezondheidszorg, dat is de toekomstvisie om hoge bloeddruk te tackelen.”

Boven- en onderdruk

Het hart van een volwassene klopt in rust ongeveer zestig à zeventig keer per minuut. Bij iedere hartslag pompt het hart bloed in de slagaders, waardoor er druk komt te staan op de vaatwand. Bij een bloeddrukmeting meet een arts twee waarden. De bovendruk is de hoogste druk op de vaatwand, op het moment dat het hart samenknijpt. Als het hart zich weer ontspant en zich vult met bloed, is de druk in de slagaders het laagst. Die waarde heet de onderdruk. De bloeddruk heet verhoogd als de bovendruk hoger is dan 140 millimeter kwik (mmHg) of als de onderdruk hoger is dan 90 mmHg. De bovendruk is de beste voorspeller voor ziekte. Op oudere leeftijd is het verband tussen bovenwaarde en hart- en vaatziekten erg duidelijk. Door ouderdom worden bloedvaten stijver, waardoor de bovendruk hoger wordt en de onderdruk lager. Iemand van 75 jaar met bloeddruk van 170/80 (hoge bovendruk) loopt meer risico om te overlijden dan een vijftigjarige met een bloeddruk van 140/110 (hoge onderdruk).

Over zout is het laatste woord nog niet gezegd

Als er ergens discussie over is onder hypertensie-deskundigen, is het wel het eten van zout. Schiet onze bloeddruk daar echt zo van omhoog? Kroon schetst de laatste wetenschappelijke stand van zaken. Voor mensen die al een hoge bloeddruk hebben geldt: minder zout in het dieet geeft minder kans op hart- en vaatziekten. We eten gemiddeld zo’n negen gram zout per persoon per dag. Vijf tot zes gram is de optimale hoeveelheid. Veel minder is ook weer niet goed. Opmerkelijk genoeg laten recente studies zien dat het risico op hartziekten bij weinig zout weer wat toeneemt. Voor mensen met een normale bloeddruk is het verband tussen zout en hartziekten nog minder duidelijk. Kroon: “We kunnen daarom niet ongestraft de boodschap verkondigen dat iedereen drastisch minder zout moet consumeren.”

Digitale spaarpunten stimuleren goed gedrag

Sabine Pinedo en echtgenoot Roderik Kraaijenhagen willen met hun e-health-project Benefit de leefstijl van hun patiënten verbeteren. © Mats van Solingen

Hoe kun je patiënten met hart- en vaatziekten prikkelen hun goede gedrag vol te houden? Volg ze digitaal en beloon ze met tastbare cadeautjes. E-health-organisatie Vital10, opgericht door internist Sabine Pinedo en cardioloog Roderik Kraaijenhagen, krijgt subsidie om dit Benefit-concept uit te bouwen.

Het was vorige week e-health-week. Eigenlijk een beetje een gek fenomeen, e-health-week, zegt internist Sabine Pinedo. ‘Hoezo moet je dat benaderen als iets afzonderlijks, alsof het losstaat van de gewone zorg?’ Voor Pinedo en echtgenoot Roderik Kraaijenhagen is e-health al jaren verweven in de manier van werken zoals ze die voorstaan. Pinedo: ‘Het zou gewoon in de zorg geïntegreerd moeten zijn. Regelmatig lees ik stukken die betrekking hebben op e-health en dan denk ik: dat doen wij al.’

Kijk hoe ze het doen in hun zelfstandig behandelcentrum, zegt cardioloog Kraaijenhagen. ‘We kunnen dankzij e-health de zorg precies zo inrichten als we willen en denken dat nodig is. Patiënten voor wie een persoonlijk consult niet vereist is, kunnen we op afstand volgen. Daarmee maken we ruimte vrij voor patiënten die meer tijd nodig hebben en die we zo langer kunnen zien.’ Pinedo: ‘Een consult duurt bij mij een halfuur of een uur voor bijvoorbeeld een 85-jarige patiënte met meerdere klachten.’

Ze omschrijft e-health dan ook liever als: zorg naar de patiënt brengen. De meerwaarde daarvan merkte Pinedo toen ze in 2014 zelf ziek werd, ze kreeg nierkanker. ‘Toen ik een paar keer geopereerd werd, maakte ik me weleens zorgen over een wond. Ik maakte een foto van de wond en stuurde deze op naar mijn behandelend arts, en hoewel het al ’s avonds laat was kreeg ik meteen antwoord. Dat vond ik zó fijn, dan kun je als patiënt gerust de nacht in. Ik realiseerde me: deze behandeling is een voorrecht. Maar ik wil heel graag dat meer mensen dit voorrecht krijgen: makkelijk en snel contact met de arts.’

Leefstijl

Vanuit het door Pinedo en Kraaijenhagen opgerichte medisch centrum Arterium in Amsterdam-Zuid bieden ze verschillende programma’s aan voor herstellende of chronische patiënten, waarin e-health een nadrukkelijke rol speel. ‘Een proeftuin’, noemt Pinedo het. De onlinetrombosedienst Trombovitaal heeft Pinedo in 2007 opgezet en telt inmiddels duizenden gebruikers. Met hun onlineplatform (het Health ePortal) ondersteunen ze ook het Cardiovitaal-programma dat hartrevalidatie aanbiedt, bedoeld voor de 120 dagen na een hartoperatie, een opname voor hartritmestoornis, of een andere cardiologische behandeling. Kraaijenhagen: ‘Op hun persoonlijk portaal geef je mensen inzicht in hun eigen status. Pinedo vult aan: ‘Vaak worden patiënten overvallen door de informatie die ze krijgen na een uitslag. In dat portaal kunnen ze on demand opzoeken, of een vraag stellen.’

Met de arts is het mogelijk om face-to-facecontact te hebben, vergelijkbaar met Skype, maar dan goed beveiligd.’ Met klem zegt Kraaijenhagen dat ze alleen met ‘heel goede ICT-partijen’ werken.

In de afgelopen zes jaar zijn er meer dan zevenduizend patiënten met behulp van e-health behandeld. En nu gaan ze een level hoger, om in digitale termen te blijven. ‘Ook ná het nazorgtraject van 120 dagen, is het belangrijk dat iemand verder zelf aan de slag gaat om vitaal te worden en te blijven. Wat relevant is in dit alles, is leefstijl’, zegt Kraaijenhagen. In hun e-health-proeftuin hebben ze afgelopen jaar Vital10 gelanceerd. Door middel van het onlineplatform kunnen deelnemers met een digitale coach en digitale arts werken aan gezondheidsdoelen en hun leefstijl blijvend verbeteren. De beïnvloedbare factoren zijn de tien factoren die terugkomen in de naam Vital10: onder meer eetgewoonten, cholesterol, roken en bloeddruk. De deelnemers kunnen verschillende gezondheidsapps gebruiken, die gekoppeld zijn aan het Health ePortal. Op basis daarvan geeft de e-coach of e-arts feedback.

En nu is Vital10 opgenomen in een volgend project: Benefit. De Hartstichting en ZonMw hebben vorige week bekendgemaakt 2,5 miljoen euro subsidie toe te kennen aan Benefit. De Universiteit Leiden, het Leids Universitair Medisch Centrum en Vital10 zijn hierbij de trekkers van een groot publiek-privaat consortium.

Het hoofdidee achter Benefit is om gedragsverandering te belonen. De deelnemers, in dit geval patiënten met (een verhoogd risico op) hart- en vaatziekten, krijgen individuele leefstijlcoaching en verdienen bonuspunten als ze ‘gezonde keuzes’ maken. Een gezonde keuze kan zijn: naar de sportschool, of een onlinecursus volgen, maar het kan ook zijn: familie of vrienden erbij betrekken.

Deze bonuspunten kunnen ze inwisselen voor (culturele) uitjes of korting bij winkelketens. In de toekomst zou korting op de eigen bijdrage van de zorgverzekering interessant zijn. Vanuit de Universiteit Leiden zijn medisch psycholoog Veronica Janssen en hoogleraar gezondheidspsychologie Andrea Evers erbij betrokken. De laatste is projectleider van een onderzoek naar gezonde leefstijl bij hart- en vaatpatiënten: kun je inderdaad patiënten met beloningen stimuleren om gezonder te leven? Volgens de onderzoekers is het project geslaagd als twee op de drie deelnemers het volhouden: niet roken, voldoende bewegen en gezond eten.

Kleine stapjes

Wat Kraaijenhagen en Pinedo hebben opgestoken van hun eerdere e-health-ervaringen, passen ze toe. ‘De meeste mensen vinden het fijn om inzicht te krijgen in hun dossier en informatie te kunnen zien. Ze willen de uitslag wel weten, maar wat ze vooral willen weten is: Wat nu? Wat moet ik ermee? Ze willen een terugkoppeling over de dingen waarop ze zelf invloed kunnen uitoefenen. Kortetermijndoelen zijn het beste. Denk maar aan stoppen met roken. Wat mensen vaak over de streep helpt om te stoppen, is niet de langetermijngezondheidswinst maar ‘frisse adem’ en ‘betere huid’. ‘De meeste mensen gaan aan de slag met informatie die ze krijgen over bloeddruk, glucose, voedingsgewoonten.’ Kleine stapjes zijn belangrijk, zegt Pinedo. ‘De weg naar het doel toe is net zo belangrijk als het doel zelf. Dat willen we waarderen met het geven van punten in het loyaliteitsprogramma.’

Benefit gaat 1 juni ‘live’. Pinedo en Kraaijenhagen zijn blij met de subsidie van de Hartstichting en ZonMw, waardoor het systeem de komende vijf jaar goed kan worden neergezet. ‘Maar in de toekomst moet het zichzelf gaan bedruipen.’

Ze zien een functie weggelegd voor bedrijven, maar kiezen zelf niet voor zomaar elk bedrijf. Kraaijenhagen: ‘In onze code of conduct hebben we vastgelegd met welke partijen we wel en niet willen samenwerken.’ Het zorgbedrijf werkt vanuit de uitgangspunten van maatschappelijk verantwoord ondernemen, verduidelijkt Pinedo: ‘Ik ben geïnspireerd door bedrijven als Tony Chocolonely. We houden onze ecologische footprint in de gaten. En bij de keuze van de marktpartijen en partners kijken we ook in hoeverre zij milieubewust produceren en hoe ze hun werknemers behandelen. Dat alles past, net zoals e-health, bij de zorg zoals wij die voorstaan.’

E-health-week: miljoen voor innovatieve zorgideeën

Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) stelt 1 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek naar het toepassen van veelbelovende en vernieuwende initiatieven in de organisatie van en toegang tot zorg. Dat maakte zij bekend op de afsluiting van de nationale e-health-week 2017. Bij deze speciale week waren 235 verschillende organisaties betrokken om bekendheid te geven aan e-health en de mogelijkheden die het biedt.

Schippers: ‘Onze zorg staat bol van de creatieve en inspirerende initiatieven. Mensen hebben de mooiste ideeën, maar de slag naar onderzoek wordt vaak niet gemaakt. Werkt uw idee echt in de dagelijkse praktijk? Voorziet het in een behoefte? Wat is er nodig om een innovatie ook in andere organisaties succesvol te maken?’ Met het geld dat Schippers beschikbaar stelt, wil ze het onderzoek ‘een zet in de goede richting’ geven. Dit voorjaar zal ZonMw een oproep plaatsen, waarna organisaties hun aanvraag kunnen indienen.

 

7,5 miljoen euro voor onderzoek naar volhouden gezonde leefstijl

De Hartstichting investeert samen met ZonMw 7,5 miljoen euro in onderzoek naar het volhouden van een gezonde leefstijl. Het doel is om nieuwe manieren te vinden om gezonde keuzes te maken en gezond gedrag beter vol te houden. Hiermee is het risico op hart- en vaatziekten te verlagen. De Hartstichting wil met deze investering ook de groei van het aantal kinderen met overgewicht een halt toeroepen.  

Gezonde leefstijl moeilijk vol te houden

Iedereen weet dat gezond leven verschillende gezondheidsrisico’s verkleint, waaronder het risico op hart- en vaatziekten.

Er zijn steeds meer trainingen, gezonde kookboeken en apps die ons helpen gezonde keuzes te maken. Ondanks alle inspanningen om gezond te leven, houden de meeste mensen het in de praktijk niet vol om daar echt naar te leven. Zo staan mensen dagelijks bloot aan talloze ongezonde verleidingen in hun omgeving.

Ook als mensen al een hart- of vaatziekte hebben (gehad), blijft het moeilijk om gezond te eten en voldoende te bewegen. Daarmee lopen patiënten een verhoogd risico om nogmaals een hart- of vaatziekte te krijgen en neemt de kans op herstel af.

Drie effectieve manieren

“De uitdaging ligt juist op dit terrein: op dit moment zijn er ruim 1 miljoen hart- en vaatpatiënten in Nederland. Dit aantal zal de komende decennia toenemen als we de risicofactoren (hoge bloeddruk, hoog cholesterol, roken en overgewicht) niet terugdringen. Zo willen we met deze investering ervoor zorgen dat mensen gebruik maken van nieuwe manieren om gezond leven vol te houden en daarmee hun kans op hart- en vaatziekten te verkleinen”, aldus Floris Italianer, directeur van de Hartstichting.

De onderzoeken richten zich op oplossingen voor meerdere doelgroepen, waaronder jongeren (10-14 jaar), volwassenen met een lage(re) sociaaleconomische status en hart- en vaatpatiënten.

Omgevingsfactoren

Twee van de drie gehonoreerde projecten hebben betrekking op het creëren van veranderingen in de omgeving. Zo onderzoekt Joline Beulens (VUmc) of mensen voor gezondere producten kiezen door aanpassingen in de supermarkt te doen, zoals aanprijzingen en prominente(re) plaatsing. Karien Stronks (AMC) gaat veranderingen in de omgeving van jongeren doorvoeren en onderzoekt of dit gezond gedrag stimuleert.

Andrea Evers (Universiteit Leiden) gaat onderzoeken of hart- en vaatpatiënten baat hebben bij individuele leefstijl-coaching in combinatie met het belonen van gezond gedrag.

Lees meer over de onderzoeken

Ideaalbeeld

Italianer: “Ons ideaalbeeld is dat iedereen in Nederland langdurig gezond kan leven. We willen dat meer mensen gezonde keuzes maken, zodat zij zich vitaal voelen en minder risico lopen om hart- en vaatziekten te krijgen. We richten ons nu op het vinden van nieuwe methodes. Aansluitend gaan we er alles aan doen om deze toegankelijk te maken voor zoveel mogelijk mensen.”

Samenwerking

De Hartstichting draagt 7 miljoen euro bij aan deze investering en ZonMw 0,5 miljoen euro.

Bijzonder is dat binnen dit onderzoeksprogramma verschillende partijen samenwerken, waaronder het Voedingscentrum, samenwerkende universiteiten, praktijkinstellingen en bedrijven (onder meer supermarktketen CoOp, Albert Heijn, Thnk social enterprise BV en health4people).

Deze gezamenlijke aanpak vergroot de kans op veranderingen in de omgeving, die gezonde keuzes en landelijke toepassing en borging mogelijk maken.

Preventieprogramma’s ZonMw

ZonMw draagt met haar preventieprogramma’s bij aan de verbetering van de preventiepraktijk, aan gezondheidswinst en het verminderen van sociaal economische gezondheidsverschillen.

Meer informatie

Lees verder over:

Onderzoeksagenda Hartstichting

Nieuwe manieren om een gezonde leefstijl lang vol te houden staat op de onderzoeksagenda van de Hartstichting. Deze is in 2014 opgesteld samen met wetenschappers, zorgverleners, patiënten, vrijwilligers, donateurs en het Nederlandse publiek. Met deze aanpak wil de Hartstichting wetenschappelijke doorbraken realiseren waar de samenleving behoefte aan heeft én die grote impact hebben op het leven van mensen met hart- en vaatproblemen en hun naasten.

Hartstichting gaat gezond eten belonen om hart- en vaatpatiënten te stimuleren

(Linda Nieuws – 26 januari 2017 – nieuws)

Goede voornemens zijn niet altijd genoeg om een gezond eetpatroon aan te houden. Daarom heeft de Hartstichting een andere manier bedacht om men gezond te laten eten.

Namelijk: het belonen ervan met uitjes en kortingen.

Gezonde én aantrekkelijke leefstijl

Prof. dr. Andrea Evers van de Universiteit Leiden gaat samen met dokters uit heel Nederland op onderzoek uit: lukt het hen om hart- en vaatpatiënten zó te stimuleren dat zij voldoende bewegen, niet meer roken en gezonder eten? Evers is positief: “Een gezonde leefstijl moet aantrekkelijk worden,” zegt ze tegen RTL Nieuws. En dus is volgens de arts belonen dé oplossing. “Zo werkt het ook bij kinderen.”

Stok achter de deur

Met de actie hoopt Evers patiënten ook na de ziekenhuisopname een stok achter de deur te bieden. “In het ziekenhuis en tijdens de revalidatie worden ze begeleid naar een gezonde leefstijl, maar daarna mislukt het vaak om dit vol te houden. Dat moet anders, om te voorkomen dat mensen nogmaals een hart- of vaatziekte krijgen of onvoldoende herstellen.”

Bonuspunten

En dus wil dokter Evers proberen of het uitdelen van bonuspunten patiënten stimuleert gezonde keuzes te maken. Die punten kunnen ze vervolgens inwisselen voor leuke uitjes of kortingen op bijvoorbeeld bloeddrukmeters, stappentellers of op de zorgverzekering. “Als we de switch weten te maken van iets wat moet naar iets wat leuk is, dan hebben we wat bereikt,” aldus Evers.

Hartstichting gaat gezond gedrag belonen met kortingen en tripjes

Iedereen weet hoe belangrijk het is om gezond te leven, maar lang niet iedereen doet het. Om dat te veranderen, gaat de Hartstichting op zoek naar nieuwe manieren om dat gedrag beter vol te houden. Eén van die manieren: het belonen van gezond gedrag.

Houd je gezond gedrag beter vol als je wordt beloond met uitjes en kortingen? Prof. dr. Andrea Evers van de Universiteit Leiden denkt van wel. In opdracht van de Hartstichting gaat ze samen met dokters en patiënten in heel Nederland onderzoeken of hart- en vaatpatiënten op deze manier te stimuleren zijn om voldoende te bewegen, niet te roken en gezonder te gaan eten.

‘Buiten het ziekenhuis moet het gebeuren’

“Voor hartpatiënten is het extra belangrijk dat ze gezonder gaan leven”, vertelt ze. “In het ziekenhuis en tijdens de revalidatie worden ze begeleid naar een gezonde leefstijl, maar daarna mislukt het vaak om het goed vol te houden.” 70 procent van de hartpatiënten is een jaar na een ziekenhuisopname alweer vervallen in ongezonde gewoontes. “Dat moet anders, om te voorkomen dat mensen nogmaals een hart- of vaatziekte krijgen of onvoldoende herstellen.”

Ook buiten het ziekenhuis moeten patiënten hulp krijgen, denkt Evers. “Daar zijn ze 99 procent van de tijd, dus daar moet het gebeuren. En in plaats van met het opgestoken vingertje te zwaaien over slechte keuzes, willen we gezond gedrag juist gaan belonen.”

Sparen voor kortingen

Dat belonen beter werkt dan bestraffen, is al langer bekend, zegt Evers. “Zo werkt het ook bij kinderen.” En beloningen op de korte termijn werken beter dan beloningen op de lange termijn. Van een gezonde leefstijl heb je op de lange termijn veel profijt, maar er is geen directe beloning. “Dat willen we veranderen. Een gezonde leefstijl moet aantrekkelijk worden. ”

Het idee: bonuspunten uitdelen voor elke gezonde keuze die een patiënt maakt. Die punten kunnen ze inwisselen voor leuke uitjes of kortingen. Korting op hamburgers zul je er natuurlijk niet mee krijgen, maar bijvoorbeeld wel op bloeddrukmeters, stappentellers of op de zorgverzekering.

‘Kleine stap moet al wat opleveren’

Doel is om het beloningssysteem zo laagdrempelig mogelijk te maken. “Het moet niet te moeilijk zijn. Een kleine stap moet al wat opleveren. Wanneer je je afspraak bij de cardioloog nakomt of je medicijnen inneemt, moet je al punten krijgen. Het moet leuk zijn. Dan blijft het op de lange termijn ook aantrekkelijker. Als we de switch weten te maken van iets wat moet naar iets wat leuk is, dan hebben we wat bereikt.”

Op den duur zouden de bonuspunten dan niet eens meer nodig zijn, denkt Evers. “Als je ze vaak beloont, wordt het iets wat mensen van zichzelf leuk gaan vinden, omdat ze het associëren met iets positiefs.” Daarnaast heeft gezond leven van zichzelf al veel beloningsaspecten, zegt ze. “Je valt bijvoorbeeld af, ziet er beter uit, bent fitter. Op een gegeven moment zijn die externe prikkels, die spaarpunten, niet meer nodig.” Al is het idee vooralsnog om het puntensysteem levenslang te laten voortduren.

7,5 miljoen

De Hartstichting heeft (samen met ZonMw) 7,5 miljoen euro uitgetrokken voor onderzoek naar het volhouden van een gezonde leefstijl. Het streven is om drie toegankelijke en effectieve manieren te vinden om dat voor elkaar te krijgen. De andere twee projecten richten zich op het creëren van veranderingen in de omgeving.

Joline Beulens van het VUmc onderzoekt of mensen voor gezondere producten kiezen door aanpassingen in de supermarkt te doen, zoals aanprijzingen en prominente(re) plaatsing. Karien Stronks van het AMC gaat veranderingen doorvoeren in de omgeving van jongeren en onderzoekt of dit gezond gedrag stimuleert.